Hoe België ten prooi viel aan het Chinese vazenvirus.
Nergens ter wereld zijn er meer Chinese vazen per inwoner dan in België. De laatste jaren is Chinees porselein aan een sterke opmars bezig. Terwijl de huidige generatie Vlamingen de vazen die bij hun ouders en grootouders de vensterbanken sieren liever kwijt dan rijk is, zijn de nieuwe rijken in China er net op gebrand hun verloren erfgoed terug te kopen. En vaak zijn ze bereid hiervoor hoge bedragen neer te tellen. In 2010 ging een Chinese vaas uit het Qianlong-tijdperk bij het Britse veilinghuis Bainbridges onder de spreekwoordelijke hamer voor maar liefst 50,6 miljoen euro. Ook in eigen land worden de laatste jaren recordbedragen opgetekend. In 2013 verkocht het Gentse veilinghuis Loeckx een dertig centimeter hoge Chinese Meipingvaas voor een recordbedrag van 370.000 euro.
Europese draaischijf
Dat uitgerekend ons land is uitgegroeid tot het centrum van de handel in antiek Chinees porselein is geen toeval. Al tijdens de 17e en 18e eeuw was de haven van Antwerpen een belangrijk knooppunt voor de handel in oosterse luxegoederen. De Europese edellieden staken elkaar naar de kroon met rijkelijk versierde pronkkasten die uitpuilden van Chinees en Japans porselein. Kort na het ontstaan van de België ontwikkelde de burgerij zich tot een nieuwe kapitaalkrachtige elite die zich graag spiegelde aan de oude adellijke tradities. De stedelijke elite vulde haar riante herenhuizen met kunst en exclusieve kunstvoorwerpen. Ook de Belgische koning Leopold II koesterde een grote bewondering voor het Chinese keizerrijk en ondernam verschillende pogingen om delen van het uitgestrekte rijk in handen te krijgen. Aan het einde van de 19e eeuw speelde ons land ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de Chinese spoorweginfrastructuur.
De grote doorbraak van het Chinese porselein volgde echter pas na de Tweede Wereldoorlog. In de periode van 1950 tot 1980 werd de Belgische antiekmarkt overspoeld met Chinees vazen. Dat was voornamelijk te danken aan Desiré Stampaert (1918-1972) die kort na de Tweede Wereldoorlog een succesvolle handel in Chinees porselein was gestart. De communistische autoriteiten hadden zich voorgenomen het keizerlijke verleden van hun land uit te wissen en dumpten hun materieel erfgoed op de Europese markt. Op zijn hoogtepunt had de Gentse importeur maar liefst driehonderd mensen in dienst.
De Vlaming zag in het oosterse porselein een betaalbaar alternatief voor het duurdere Delfts aardewerk dat in die periode hoge toppen scheerde. Vanaf het midden van de jaren 1990 werd oosters porselein een stuk minder populair.
Waardebepaling
Voor u de plaatselijke kringwinkel bestormt op zoek naar een verborgen pareltje, toch nog even dit. De waarde van Chinees porselein wordt vooral bepaald door de afwerkingsgraad van de decoratie. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw nam de kwaliteit van het Chinese porselein door politieke onlusten namelijk aanzienlijk af. De prestigieuze keizerlijke ateliers sloten een na een de deuren en werden vervangen door goedkopere manufacturen die op grote schaal minder verfijnde stukken afleverden.
Na de val van het keizerrijk nam de kwaliteit van de productie nog verder af wat uiteraard nefaste gevolgen heeft voor de waarde. Daarnaast is ook de stijl van de decoratie een doorslaggevend element bij de bepaling van de waarde. Stukken met typische westerse decors verkopen minder goed aangezien de internationale markt zich vooral richt op originele stukken met typische Chinese thema’s. De ouderdom is dan weer een minder bepalende factor bij de waardebepaling net zoals de aanwezigheid van stempels en merktekens. Zo is het bijvoorbeeld een fabeltje dat enkel vazen met een merkteken op de bodem enige waarde hebben. Het taxeren van Chinese stukken is dus vaak specialistenwerk al staan zelfs de meest ervaren taxateurs soms versteld over de hamerprijzen die bepaalde objecten halen op veiling.



