Heb je nog Delfts blauw in huis? Misschien ergens achterin een kast, op zolder of geërfd van opa en oma? Dan kan dat je aardig wat opleveren want die sierlijke blauwe schotels, vazen of tegeltjes zijn niet alleen mooi om naar te kijken – ze kunnen ook verrassend veel waard zijn
Delfts blauw is al eeuwenlang een geliefd Nederlands exportproduct en verzamelobject. Het aardewerk ontstond al in de 16e eeuw maar kende vooral een bloei tijdens de Gouden Eeuw toen de vraag naar luxegoederen uit het Verre Oosten sterk toenam. Toen de import van Chinees porselein afnam door interne onrust, begonnen de Nederlandse pottenbakkers met de productie van hun eigen versie van het felbegeerde aardewerk. De stad Delft werd het centrum van deze productie dankzij de strategische ligging van de stad een de aanwezigheid van onuitputtelijke voorraden klei. Aanvankelijk waren de ontwerpen nog sterk geïnspireerd door het Chinese porselein, maar al snel ontwikkelde Delfts Blauw een eigen unieke stijl met typische Nederlandse motieven zoals molens, landschappen en bloemen.
Het ene Delft is het andere niet
De waarde van Delfts aardewerk verschilt sterk en is afhankelijk van het type, de leeftijd, de staat en de zeldzaamheid. Er zijn uiteraard wel een aantal dingen waar je kunt op letten. Een cruciaal element in de waardebepaling is de kwaliteit van het schilderwerk. Stukken die met de hand zijn beschilderd, zijn per definitie het meest waardevol. Bij Delfts Blauw kon je je als ambachtsman namelijk geen fouten veroorloven aangezien het decor rechtstreeks op het aardewerk werd aangebracht waardoor foutjes niet meer konden gecorrigeerd worden. De plateelbakkerijen maakten er dan ook een erezaak van de meest ervaren kunstenaars aan te trekken om hun stukken te decoreren. De decors waren vrij divers. Naast de typische chinoiserie taferelen waren heel wat decors geïnspireerd op Hollandse genreschilderijen. Daarnaast waren ook de zogenaamde Oranjeborden met politiek geïnspireerde afbeeldingen heel populair. Deze decoratieve polychrome borden werden gedecoreerd met afbeeldingen van vorsten en prominente figuren uit de politieke wereld en zijn ook vandaag nog steeds populair op veilingen.
Een ander decor dat in de 18e eeuw aan populariteit won is het zogenaamde pauwstaartdecor: een afbeelding van zonnebloemen tegen een achtergrond van waaiervormige varenbladen. Dergelijke borden waren ook in de jaren 1980 enorm populair op de Belgische antiekmarkt en werden verkocht voor bedragen rond 1000 euro. Sindsdien is de waarde ervan echter sterk afgenomen. Op dit moment halen deze stukken op veiling nog bedragen tussen 150 en 300 euro voor een authentiek bord in goede staat.
Merken en stempels
Ook de aanwezigheid van een merk is vaak een goede indicatie voor de waarde, maar garandeert niet dat het om Delfts aardewerk gaat. Ook de vorm en de decoratie moeten passen bij de periode de het merk aangeeft. Als een merk bijvoorbeeld verwijst naar een productie uit de 18e eeuw, maar de versiering dateert niet uit die tijd, dan is er al snel sprake van een imitatie. Daarnaast moet ook het materiaal kloppen. Het authentieke aardewerk vertoont vaak sporen van gebruiksschade zoals afgebroken chips. In tegenstelling tot bijvoorbeeld porselein hebben deze schilfers geen negatieve impact op de waarde van de stukken. Dit brengt ons meteen bij een volgende factor die cruciaal zal zijn bij het bepalen van de waarde: de algemene conditie. Terwijl lichte schilfers aanvaardbaar zijn, zijn barsten, breuken of scheuren vaak nefast voor de waarde van het Delfts aardewerk.
De meeste Delftse borden die we vandaag terugvinden in de Vlaamse huiskamers dateren uit de tweede helft van de 20ste eeuw. De decoratie werd rechtstreeks op de biscuit aangebracht door middel van een zeefdruk. Denk bijvoorbeeld aan de typische borden met de afbeeldingen van molen of Hollandse maritieme scènes die vanaf de jaren 1950 op grote schaal werden vervaardigd. Aangezien de Nederlandse manufacturen de enorme vraag niet konden bijhouden kopieerden verschillende fabrieken in die periode de traditionele decoratiepatronen. Ze gebruikten hiervoor vaak hun eigen fabrieksmerk waardoor we moeilijk kunnen spreken over vervalsingen. Hoewel deze stukken vaak de benaming ‘Delft’ vermelden zijn ze dus vrij makkelijk te onderscheiden van de echte. Deze voorwerpen hebben vaak enkel nog een decoratieve waarde. Typische Delfts bordjes met transferprint kun je op de kop tikken voor enkele tientallen euro.
Eigentijdse ontwerpen
In de 18e eeuw kwam een einde aan de hoogdagen van het Delfts aardewerk toen verschillende Europese landen invoerrechten instelden om hun eigen keramieknijverheid te stimuleren. Daarnaast werd rond 1710 voor het eerst echt Europees porselein gemaakt in Duitsland waardoor de interesse voor het minder verfijnde aardewerk sterk afnam. Aan het einde van de 18e eeuw waren maar liefst vijfentwintig plateelbakkerijen verdwenen. Toch worden er ook vandaag nog kwalitatieve stukken afgeleverd. De bekende manufactuur De Porceleyne Fles, die in 1653 werd opgericht, is de laatst overgebleven fabriek en vervaardigt nog steeds aardewerk dat met de hand wordt beschilderd volgens een eeuwenoude traditie. In de huidige collectie vind je een aantal iconische stukken zoals de beroemde tulpenvaaspiramide die voor een bedrag van 23,000 euro kan aangekocht worden.



