Het Kasteel van Seneffe herbergt een van de meest uitzonderlijke zilvercollecties van ons land. Deze is het resultaat van de verzamelwoede van Claude d’Allemagne (1917-1986) en zijn echtgenote Juliette Rémy. In 1963 schonken ze een deel van hun zilververzameling aan de Koninklijke Vereniging van Historische Woonsteden van België, die onder andere eigenaar was van het kasteel van Laarne. D’Allemagne werd er aangesteld als conservator en nam ook zijn intrek in de woonvertrekken. Het koppel bleef ook na het legaat haar privécollectie verder uitbreiden en schonk de meest recente stukken in 1978 aan de Franse Gemeenschap die de collectie onderbracht in het kasteel van Seneffe.
De schatkamer van Europa
In de antiekwereld wordt België wel eens de schatkamer van Europa genoemd. Ook in de edelsmeedkunst was ons land een koploper. Al in de 16e eeuw zou Antwerpen het Europees centrum worden van modelprenten voor edelsmeedwerk. Ook in steden als Brussel, Gent, Brugge en Ieper kende de edelsmeedkunst een ongekende bloei. Jammer genoeg zijn heel wat stukken de afgelopen eeuwen omgesmolten. Ook de vele oorlogen in onze gewesten hebben hun sporen nagelaten. Zo is het geen toeval dat het Ieperse zilver heel zeldzaam is door de vernieling van de Westhoek tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Toch biedt de collectie van het kasteel van Seneffe een boeiende inkijk in onze rijke zilverproductie. Toch is er ook plaats voor interessante stukken uit andere Europese landen. Eén van de meest opvallende stukken uit de verzameling is een Duitse pronkbeker uit het begin van de 17e eeuw die werd vervaardigd in verguld zilver. Dit type beker was eerder een pronkstuk dan een gebruiksvoorwerp en stond waarschijnlijk uitgestald op buffetten met tafelzilver in banketzalen.
De meeste stukken dateren echter uit de 18e eeuw en zijn een getuige van de weelderige eetcultuur die aan de vooravond van de Franse Revolutie een hoogtepunt bereikte. Voorbeelden hiervan zijn de tientallen verfijnde zilveren schalen, terrines, sauskommen en schenkkannen die deel uitmaken van de collectie. In de jachtzaal van het kasteel staat ook een mooie verzameling glaskoelers tentoongesteld. In de 18e eeuw werden glazen immers niet op tafel gezet maar op kleine dientafeltjes in koelemmers. De glazen werden pas uit de emmers gehaald en gevuld wanneer de genodigden erom vroegen. In deze periode werd wijn, ongeacht de kleur, immers altijd fris gedronken. Ook de glazen werden gekoeld om te vermijden dat de temperatuur van de wijn plots zou verhogen op het moment dat hij werd opgediend.
Soep met Lodewijk XVIII.
Een ander topstuk van de collectie is een weelderige soepterrine die werd vervaardigd in Gent en vooral opvalt door de gedetailleerde ornamentiek. De handgreep wordt gevormd door een imposant plantenstilleven met selderstengels. Het stuk dateert uit het vierde kwart van de 18e eeuw en beeldt het wapen af van de familie d’Hane de Steenhuyse, een van de meest invloedrijke Gentse families uit deze periode. Het imposante stadspaleis van de familie in de Gentse Veldstraat kreeg een prestigieuze reputatie door de vele voorname gasten en gekroonde hoofden die er logeerden. De kans dat de Russische tsaar Alexander I of de Franse koning Lodewijk XVIII ooit uit deze terrine werden bediend is dus niet geheel denkbeeldig.
Praktisch:
Het kasteel van Seneffe is elke dag geopend van 10:00u tot 18:00u behalve op maandag.



