Er is waarschijnlijk geen andere stijl die zo een duidelijk beginpunt kent als het Empire. De datum 2 december 1804 is niet alleen de dag waarop de eerste consul van Frankrijk zichzelf in de Notre Dame tot keizer kroonde, maar markeert ook het begin van de laatste grote Europese hofstijl. Op het moment dat Napoleon de keizerskroon op zijn uitdunnend kapsel liet zakken maakten de Zuidelijke Nederlanden al bijna tien jaar deel uit van het revolutionaire Frankrijk. Hoewel de ambachtslieden onze gewesten zich al sinds de vroege 18eeeuw sterk oriënteerden op Frankrijk voor hun ontwerpen, kreeg de Empirestijl nooit echt voet aan de grond in de Nederlanden
De Bataafse Republiek
De Noordelijke Nederlanden kwamen, in tegenstelling tot hun buren in het zuiden, relatief laat in contact met de nieuwe Franse hofstijl. Begin 1795 trokken de Franse troepen massaal de Noordelijke Nederlanden binnen over de dichtgevroren rivieren en kanalen. Op 19 januari 1795, een dag na de vlucht van Willem V, werd in het stadhuis van Amsterdam de Bataafse Republiek uitgeroepen. In 1804 besloot Napoleon het laken naar zich toe te trekken en stelde hij een raadspensionairs aan om de Franse invloed op de Republiek te vergroten. Twee jaar later kregen de Nederlanders een nieuwe grondwet opgelegd en stelde Napoleon zijn broer Louis Napoleon Bonaparte aan als koning van Holland.
Het Paleis op de Dam behoort nog steeds tot één van de meest indrukwekkende voorbeelden van de Franse Empirestijl in Nederland. Het voormalige stadhuis van Amsterdam onderging in 1808 een ware metamorfose toen het ingericht werd als officiële residentie van Louis Napoleon en zijn echtgenote Hortense de Beauharnais. Louis gaf de opdracht om alle residenties waarin hij zijn intrek zou nemen opnieuw te meubileren en daarbij zoveel mogelijk Hollandse ambachtslieden in te schakelen om zo de kwakkelende Nederlandse economie een stevig duwtje in de rug te geven. De Amsterdamse meubelmaker Carel Breytspraak vervaardigde niet alleen een kostbaar bureau voor de koning maar leverde ook honderden stoelen, commodes en tafels af. De meubelmakers werkten vooral naar de ontwerpen van de Franse hofarchitect Jean Thomas Thibault (1757-1826), die hiermee zijn stempel drukte op de ontwikkeling van de Empirestijl in Nederland.
De Hollandse meubelen zijn over het algemeen eenvoudiger van uitvoering en decoratie. Dit had niet enkel te maken met de eerder calvinistische instelling van de bevolking maar vaak ook met een gebrek aan vakmanschap: zaagsporen, eikenhout als blindhout, messing profielen en imitatiebrons zijn typische kenmerken van Empiremeubelen die in de Noordelijke Nederlanden werden vervaardigd.
Konijn van Olland
Het koninkrijk Holland hield echter niet lang stand. In 1810 deed Louis afstand van de troon ten voordele van zijn zesjarig zoontje. Louis Napoleon verzette zich namelijk tegen het Continentaal Stelsel dat door zijn eigen broer werd ingesteld en de handel met Engeland verbood. Verder toonde hij zich heel betrokken bij rampen waarmee hij al vrij snel de harten van de Nederlanders veroverde. Hij leerde ook Nederlands wat vrij uitzonderlijk was in een tijd waarin de voertaal aan de Europese hoven nog steeds het Frans was. Zijn pogingen om zich te verdiepen in de taal van Vondel leidden echter al snel tot de nodige hilariteit toen Louis naar zichzelf refereerde als het ‘konijn van Olland’. Napoleon kon de fratsen van zijn jongere broer maar matig appreciëren en besloot Holland in te lijven bij Frankrijk.
De keizer bezocht Holland slechts een keer bij een inspectie in oktober 1811 waarbij hij ook enkele dagen in het Paleis op de Dam verbleef
De meubelen van de kroonprins
Tijdens deze rondreis bezocht het keizerlijk paar ook de Zuidelijke Nederlanden die als sinds 1795 waren geannexeerd bij Frankrijk. In onze gebieden had Napoleon twee officiële keizerlijke residenties: Het kasteel van Laken, dat hij in 1804 van de sloophamer had gered en het stadspaleis op de Meir in Antwerpen. Het kasteel van Laken bevond zich op dat moment in een vrij lamentabele toestand en werd volledig heringericht met meubelen uit de Franse keizerlijke depots. In tegenstelling tot zijn broer hield Napoleon wel de knip op de beugel en werden er amper nieuwe meubelen besteld bij plaatselijke ambachtslieden.
Voor zijn residentie in Antwerpen trok de keizer dan weer wel alle registers open. In 1811 viel het keizerlijke oog op het achttiende-eeuwse stadspaleis aan de Meir dat een jaar later werd aangekocht. Meteen daarna werd de Scheldestad overspoeld door Franse ambachtslieden die de opdracht hadden gekregen het keizerlijk verblijf in te richten. Hoewel de renovatiewerken onder toezicht stonden van de Antwerpse architect en stadsbouwer François Verly (1760-1822), diende ook hij zich strikt te houden aan de keizerlijke directieven en was er van enige creativiteit bij de inrichting weinig sprake. Het paleis werd ingericht met meubelen die besteld werden bij de grote ontwerpers Marcion, Bélanger en Jacob-Desmalter. Ironisch genoeg zou Napoleon zijn nieuwe paleis nooit bezoeken. Die eer was weggelegd voor zijn aartsrivaal tsaar Alexander I, die als eerste zijn intrek nam in het gemeubileerde paleis.
De unieke meubelcollectie van het paleis op de Meir kwam enkele jaren terug in het oog van een mediastorm te staan toen bleek dat een deel van de collectie inmiddels was overgebracht naar de koninklijke verzameling. In 1995 nam de toenmalige kroonprins Filip in totaal 150 stukken mee uit het Antwerpse paleis voor de inrichting van zijn privévleugel in het kasteel van Laken. De Vlaamse overheid eiste de stukken in 2008 echter terug wat meteen een hele polemiek deed ontstaan over het eigendomsrecht van de meubelen. Pas in 2010 werden de meubelen teruggebracht naar het paleis waar ze sindsdien kunnen bewonderd worden.
De invloed van de Empire in de Lage Landen was dus eerder beperkt. De Empire was in de eerste plaats een vrij pompeuze hofstijl die maar matig werd gesmaakt door de burgerlijke en adellijke elites die over de financiële middelen beschikte om dergelijke dure stukken aan te kopen. Door de relatief korte regeerperiode van Napoleon kwam de stijl in onze gewesten nooit echt van de grond. Toen in 1815 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd opgericht uit de as van de napoleontische oorlogen, zetten de nieuwe machthebbers alles in het werk om de laatste sporen van de Franse overheersing uit het collectieve geheugen te wissen. De Empirestijl moest al snel plaats maken voor een nieuwe neoclassicistische stijl die losjes gebaseerd was op de Lodewijk XVI-stijl die aan het einde van de 18e eeuw was verdrongen toen Napoleons onfortuinlijke voorganger naast zijn koninkrijk ook zijn hoofd verloor.



